Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

De Kolonisten van Catan

Spelinformatie

Titel
De Kolonisten van Catan
Auteur Klaus Teuber
Illustrator Franz Vohwinkel
Uitgever 999 Games
Aantal spelers 3 of 4
Leeftijd vanaf 10 jaar
Speelduur 75 minuten
Taal Nederlands
Materiaal 37 kartonnen zeshoekige tegels met verschillende landschappen en water. Verder zijn er 95 grondstoffen-kaartjes verdeeld over 6 verschillende grondstoffen, 25 ontwikkelingskaarten, 4 informatiekaarten, 2 speciale kaarten en voor elke speler 15 houten straten, 5 houten dorpjes en 4 houten steden. Tot slot nog 18 getallenfiches en 2 dobbelstenen. De spelregels zijn in 2 delen gesplitst: 1 kaart met beknopt de complete spelregels met daarnaast een boekje waarin alle regels uitgebreid staan beschreven.


Geschreven door Ronald, update Enrico 2007
 

Introductie 

Na een lange tocht vol ontberingen bereik je eindelijk de kust van een onbekend eiland. Dit eiland krijgt de naam Catan. Het eiland blijkt erg vruchtbaar en rijk aan grondstoffen te zijn en dat trekt ook andere avonturiers aan. Er ontstaat een strijd om de kolonisatie van Catan. Als je de beste plaatsen voor het winnen van grondstoffen weet te vinden, kun je snel straten, dorpen en steden bouwen. Wie hiermee als eerste 10 overwinningspunten weet te behalen, wint het spel.
 
 
 
 
enkele tegels: erts en een kleihaven

Spelverloop

Het eiland wordt opgebouwd uit 37 stevige kartonnen zeshoeken met verschillende landschappen en water. Op iedere landtegel wordt een willekeurig getallenfiche open neergelegd. De grondstoffenkaarten worden gesorteerd en op open stapeltjes naast het spelbord gelegd. Ook de 2 speciale kaarten worden naast het spelbord gelegd. De ontwikkelingskaarten worden geschud en op een gedekte stapel gelegd. Iedere speler kiest een kleur en legt de straten, dorpen en steden voor zich neer. Tenslotte pak je ook een informatiekaart. De oudste speler mag beginnen met het neerzetten van de startopstelling. Hij plaatst één dorp en één straat op het spelbord. Hierbij moet het dorp op een hoekpunt van een landtegel gezet worden en moet de straat grenzend aan dit dorp langs een van de randen van een landtegel gelegd worden. Daarna mogen de overige spelers (met de wijzers van de klok mee) hetzelfde doen. Hierbij moet het dorp minimaal 2 hoekpunten van de reeds eerder geplaatste dorpen afliggen. Als elke speler één dorp en één straat heeft geplaatst, wordt hetzelfde nogmaals gedaan, waarbij de laatste speler nu als eerste mag en tegen de wijzers van de klok in wordt gegaan. De speler die als eerste een dorp heeft geplaatst, heeft uiteindelijk ook als laatste een dorp gebouwd. Tenslotte krijgt iedere speler grondstoffenkaarten voor iedere landtegel die aan één van zijn dorpen grenst. Welk dorp dit is, mag iedere speler zelf bepalen. Deze grondstoffenkaarten hou je gesloten in je hand.
 
 
 
de verschillende grondstofkaarten
 
 
Er wordt met de wijzers van de klok mee gespeeld. Iedere spelbeurt verloopt in 3 stappen: 

1. Grondstoffen krijgen

Je begint je beurt altijd met het gooien van de dobbelstenen. De uitkomt van de worp geeft aan welke landtegels grondstoffen opleveren (alle spelers krijgen grondstofkaarten, dus niet alleen de speler die aan de beurt is). Voor elk van je dorpen die grenst aan een landtegel met hetzelfde nummer als het aantal ogen van de worp, dan krijg je een grondstoffenkaart van de betreffende soort. Grenst er één of meer van je steden aan de landtegel, dan krijg je voor elke stad zelfs 2 grondstoffenkaarten. Er is één uitzondering: wordt er 7 gegooid, dan wordt er niet geoogst, maar komt de struikrover. Iedere speler die meer dan 7 grondstoffenkaarten in zijn handen heeft, moet de helft van deze kaarten afleggen. Welke kaarten je aflegt, bepaal je zelf. Vervolgens moet de actieve speler de struikrover op een landtegel naar keuze plaatsen en blind een grondstoffenkaart trekken van een speler die een dorp of stad grenzend aan deze landtegel heeft. Van de landtegel waarop de struikrover staat, wordt pas weer geoogst als de struikrover (later in het spel) verplaatst is.

 

2. Handelen

De speler die aan de beurt is, mag vervolgens grondstoffen ruilen met de overige spelers of de bank. Zo probeer je de juiste grondstoffen te verzamelen om wat nieuws te kunnen bouwen. Als je grondstoffenkaarten ruilt met een andere speler, wordt in onderling overleg bepaald hoeveel en welke grondstoffenkaarten er geruild worden. Je mag met zoveel spelers ruilen als je wilt, zolang er maar geruild wordt met de actieve speler. De overige spelers mogen onderling dus geen grondstoffenkaarten ruilen. Als geen van de andere spelers kan of wil ruilen of je het niet eens kunt worden over het aantal grondstoffenkaarten dat geruild wordt, heb je nog de mogelijkheid om met de bank te ruilen. Met de bank mag slechts in de verhouding 4:1 geruild worden, tenzij je een dorp of stad aan een haven hebt. Is dit een haven met een grondstoffensymbool, dan mag je die grondstof in de verhouding 2:1 ruilen met de bank. Bij een algemene haven mag je alle grondstoffen in de verhouding 3:1 ruilen met de bank.

 

 

 
enkele ontwikkelingskaarten
 

 

 

3. Bouwen, ontwikkelingskaarten kopen en/of uitspelen

Tenslotte mag je tegen betaling van de juiste grondstoffenkaarten nog straten, dorpen of steden bouwen. Aangezien nederzettingen niet aan elkaar mogen grenzen, zal er eerst een weg moeten worden gebouwd om een nieuwe bouwplaats te bereiken. Daar wordt eerst een dorpje gebouwd, wat vervolgens kan worden uitgebreid tot een stad. Grondstoffen kunnen ook worden gebruikt om een ontwikkeling te kopen. Er zijn 3 soorten ontwikkelingskaarten: 1) gebouwen, die leveren 1 overwinningspunt op (bijvoorbeeld een universiteit of een bibliotheek); 2) technische ontwikkelingen, die de mogelijkheid geven eenmalig aan bepaalde grondstoffen te komen; 3) ridders. De ridders vormen een bescherming tegen de rover. Zodra je een ridderkaart uitspeelt, mag je de rover verplaatsen. Dat heeft als voordeel dat je 'eigen' gebied weer grondstoffen kan opleveren en verder mag je van een van de nieuwe buren van de rover een grondstoffenkaartje stelen. De ridderkaarten verdwijnen niet uit het spel, maar tellen mee voor de grootste riddermacht. Deze levert aan het einde van het spel 2 extra overwinningspunten op.

 

 

 
extra overwinningspunten
 

De speler die er als eerste in slaagt om 10 overwinningspunten te behalen, wint direct het spel. Voor ieder dorp krijg je 1 overwinningspunt, iedere stad levert je 2 overwinningspunten op. Degene met de meeste ridders op tafel (minimaal 3) krijgt daarvoor 2 overwinningspunten. Ook voor de langste handelsroute (de langste ononderbroken route van wegen) zijn 2 overwinningspunten beschikbaar. Tenslotte kun je ook nog overwinningspunten krijgen voor uitgespeelde ontwikkelingskaarten waarop punten zijn aangegeven.