Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Linko

Spelinformatie

Titel
Linko
Auteur Wolfgang Kramer en Michael Kiesling
Illustrator Oliver Freudenreich
Uitgever Ravensburger
Aantal spelers 2 tot 5
Leeftijd vanaf 10 jaar
Speelduur ongeveer 20 minuten
Taal Nederlands
Materiaal 110 kaarten


Geschreven door Enrico, november 2014

Introductie 

Gedurende het spel probeer je zoveel mogelijk handkaarten voor je neer te leggen. Maar als een volgende speler een beter setje neerlegt dan jij hebt, dan blijft het setje niet liggen en kan het zelfs worden afgepakt. Daarom wil je zo goed mogelijke kaarten hebben, net als alle andere spelers natuurlijk. En daardoor wordt het een strijd om de beste kaarten. Wie uiteindelijk de meeste kaarten heeft uitgespeeld en de minste kaarten over heeft in zijn handen, wint het spel.

Spelverloop

De kaarten worden goed geschud. Vervolgens krijgt iedere speler 13 kaarten. De resterende kaarten worden als gedekte stapel centraal neergelegd en de bovenste 6 kaarten hiervan worden er open naast gelegd. Er wordt met de wijzers van de klok mee gespeeld.
Als je aan de beurt bent, speel je één setje kaarten uit je hand en legt deze open voor je neer bovenop eventueel eerder door jou uitgespeelde setjes. Een setje bestaat uit allemaal dezelfde kaarten, dit kan ook slechts één kaart zijn. Vervolgens controleer je of één of meerdere spelers een setje bovenop zijn eigen stapel heeft liggen dat uit evenveel kaarten bestaat als het setje dat je zojuist uitgespeeld hebt. Als dit het geval is én de waarde van het setje van je tegenspeler is lager dan jouw gespeelde setje, dan wordt het setje afgepakt. Hierbij zijn de volgende mogelijkheden:

  1. Je wil het setje zelf hebben: je pakt de kaart(en) en neemt deze op handen. Je tegenspeler pakt nu evenveel kaarten van de 6 openliggende kaarten of de gedekte stapel en neemt deze op handen.
  2. Je wil het setje niet hebben: je tegenspeler heeft nu de keuze om het setje terug op handen te nemen óf om de kaarten af te leggen en evenveel nieuwe kaarten te pakken van de openliggende kaarten of gedekte stapel en deze op handen te nemen.


Een spelsituatie

Vervolgens wordt het aantal openliggende kaarten aangevuld tot 6. Het is mogelijk dat je in één beurt van meerdere spelers kaarten afpakt. Bij elk van hen wordt dan het bovenstaande uitgevoerd. Daarna is de volgende speler aan de beurt.

Het spel eindigt direct als een speler zijn laatste handkaart uitgespeeld heeft. Er worden dan geen kaarten meer afgepakt. Het spel eindigt ook als de trekstapel op is en er geen openliggende kaarten meer zijn. Dan telt iedere speler het aantal kaarten dat hij open voor zich heeft liggen en trekt daar het aantal handkaarten vanaf. De waarde van de kaarten is niet van belang. De speler met de hoogste score wint het spel.