Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Babel

Spelinformatie

Titel
Babel
Auteur Uwe Rosenberg en Hagen Dorgathen 
Uitgever 999Games (oorspronkelijke uitgever: Kosmos) 
Aantal spelers 2
Leeftijd vanaf 12 jaar
Speelduur 45-60 minuten
Taal Nederlands
Materiaal 1 spelbord met daarop 5 tempelbouwplaatsen en een aflegvlak voor de kaarten. 45 tempelkaarten met daarop verschillende hoogtes: 10 x hoogte 1, 9 x hoogte 2, 8 x hoogte 3, 7 x hoogte 4, 6 x hoogte 5, 5 x hoogte 6. 12 kaarten van elk volk: Meden, Sumeriërs, Hittieten, Perzen en Assyriërs. Een echt stenen speelfiguur voor elke speler.


Geschreven door Jeroen, 2001 (update door Sandra, november 2012)
 

Introductie 

Beide spelers proberen hun eigen 'torens van Babel' te bouwen. Hoe hoger deze tempels, hoe waardevoller. De speler met de waardevolste tempels wint.

Het speelbord

Het bord wordt open op tafel gelegd. Elke speler krijgt een tempelkaart van niveau 1 die hij open voor zich neerlegt. De overige tempelkaarten worden geschud en op de bouwplaats aan de zijkant in het midden van het bord gelegd. De volkerenkaarten worden geschud, elke speler krijgt er 5 in de hand, de rest gaat op een stapel naast het bord. Elke speler krijgt 1 speelfiguur die naast de bouwplaats wordt gezet.

Spelverloop

Elke speelbeurt bestaat uit 3 fasen: volkerenkaarten trekken, akties uitvoeren, en ten slotte tempelkaarten trekken en neerleggen. Aan het begin van de beurt trekt de speler telkens 3 nieuwe kaarten van de stapel. Dan kan hij akties uitvoeren. Elke aktie mag in willekeurige volgorde en een willekeurig aantal keren worden uitgevoerd binnen de beurt. De 5 akties zijn: reizen, vestigen, tempelbouw, volksverhuizing en de specifieke vaardigheid van een volk.

  
enkele tempelkaarten 
  • Reizen:
    De speler legt een volkerenkaart op de aflegstapel en mag zijn speelfiguur bewegen naar de bouwplaats van die kleur.
  • Vestigen:
    Bij de bouwplaats waar de speelfiguur staat mogen 1 of meer volkerenkaarten aangelegd worden. Deze worden onder het speelbord overlappend gelegd, zodat de volgorde ongewijzigd blijft. Het maken van rijtjes van 3 of meer dezelfde volkeren is uiterst zinnig.
  • Tempelbouw:
    Op de bouwplaats waar de speelfiguur is mag een tempel gebouwd worden. Op een lege bouwplaats komt een tempel met hoogte 1, daarop kan dan een kaart met hoogte 2 komen, enzovoort. Deze kaarten mogen weggenomen bij beide rijtjes tempelkaarten aan de zijkant van het bord. Voorwaarde voor het bouwen is dat op het moment van bouwen er minstens zoveel volkerenkaarten aan het vlak liggen als de tempel hoog wordt.
  • Volksverhuizing:
    Onafhankelijk van de plaats van de speelfiguur, mag bij de volksverhuizing een rijtje van de 3 onderste volkerenkaarten worden verplaatst naar een andere bouwplaats. Hierdoor is het mogelijk (en toegestaan) dat een tempel hoger is dan het aantal aangelegde volkerenkaarten. In tegenstelling tot de overige akties mag de volksverhuizing slechts 1 keer per beurt worden uitgevoerd.
  • Volksafhankelijke vaardigheid:
    Elk volk heeft een eigen vaardigheid die op de betreffende kaarten staat vermeld. Om gebruik te maken van deze vaardigheid moet aan de bouwplaats waar de speelfiguur staat minstens 3 kaarten van dezelfde kleur opéénvolgend liggen. De speler legt 1 van deze kaarten af op de aflegstapel en voert de aktie uit.

       
      Meden en Perzen

    De specifieke eigenschappen per volk:
    • Assyriërs:
      Tempelverwoesting, de tempel van de tegenspeler wordt volledig verwoest, de tempelkaarten worden teruggelegd op de stapel tempelkaarten.
    • Hittieten:
      Bouwlaagroof, de bovenste bouwlaag van de tegenoverliggende tempel mag op de eigen tempel worden gelegd. Voorwaarde is wel dat de eigen tempel nog niet zo hoog was, en dat er voldoende kaarten aanliggen.
    • Meden:
      Een volk naar keuze wordt bij de tegenspeler bij deze bouwplaats verdreven. Alle kaarten van de tegenspeler in deze kleur worden bij deze bouwplaats weggehaald en op de aflegstapel gelegd.
    • Sumeriërs:
      Alle gelijke onderste kaarten aan de bouwplaats van de tegenspeler worden onderaan de eigen rij gelegd.
    • Perzen:
      Bij de tempelbouw mag op deze bouwplaats precies 1 bouwlaag overgeslagen worden. Voorwaarde is wel dat de betreffende kaart beschikbaar is, en dat er voldoende volkerenkaarten liggen.
    • Algemeen:
      Elk volk kan ook gebruik maken van de mogelijkheid het aantal kaarten van de tegenspeler te halveren.
    Aan het einde van de beurt trekt de speler twee tempelkaarten en legt deze onder het rijtje aan zijn kant van het bord.

      
    bij elk volk staat de bijzondere vaardigheid vermeld 

    Het spel eindigt als een speler 15 punten heeft behaald, en de tegenspeler minder dan 10. Heeft de tegenspeler echter 10 of meer punten, dan wordt er doorgespeeld tot één van beiden 20 punten haalt of de ander weer onder de 10 weet te krijgen.

    ook de achterkanten van de kaarten zijn gedetailleerd geïllustreerd