Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Black Box / Kleur Bekennen

Spelinformatie

Titel Black Box / Kleur Bekennen
Uitgever Jumbo
Aantal spelers 4 tot 6
Leeftijd vanaf 18 jaar
Speelduur 60 minuten
Taal Nederlands
Materiaal Black Box: Een spelbord en 6 pionnen. 6 clips, 6 zwarte doosjes, 270 stemkaartjes verdeeld in 6 kleuren, 150 vragenkaartjes en 6 x 3 symbolenkaartjes. Op het speelbord is niet altijd even veel ruimte om meerdere pionnen op een hokje te zetten, maar dat mag de pret niet drukken.
Kleur Bekennen: Een klein spelbord en 6 pionnen. 6 gekleurde knijpers, 1 stembox (lichtgroen), 18 symbolenkaartje, stemkaartjes verdeeld in 6 kleuren en ruim 70 vragenkaartjes.


Geschreven door Ronald, 2005
 

Introductie 

Hoe goed weet je wat anderen van jou vinden? Durf je de confrontatie aan? De waarheid kan hard zijn.

 
het spelmateriaal van Black Box

Spelverloop

Iedere speler krijgt een kleur aangewezen. De clip in die kleur bevestigt hij op zijn kleding, de pion van die kleur zet hij op het spelbord bij 0 punten. Iedereen krijgt verder een zwart doosje, 3 symbolenkaarten (0, +/-, +) en een aantal kleurenkaartjes met de kleuren van de andere spelers.



enkele clips

 
Aan het begin van een ronde krijgt elke speler een vragenkaartje dat hij voor in het zwarte doosje steekt. Alle doosjes zullen vervolgens worden doorgegeven. Iedere speler beantwoordt deze vraag door 2 kleurenkaartjes in het doosje te stoppen. Dit kunnen 2 dezelfde kleuren zijn, of 2 verschillende kleuren, maar niet de eigen kleur. Als iedereen alle vragen heeft beantwoord, dan begint de strijd om de punten.

De punten: Een van de beantwoorde vragen wordt voorgelezen en op dat moment probeert iedereen te raden hoe vaak zijn kleur zal voorkomen. Is dat 1) Geen enkele keer 2) Het meeste van allemaal 3) Ergens in de middenmoot. Als iedereen dat kenbaar heeft gemaakt, worden de kaartjes geteld. Als je het goed hebt en het was keuze 1) of 2) dan mag je 3 vakjes verder op het bord en anders 1 vakje. Als je het fout hebt, dan blijft je pion staan. Zo worden alle vragen afgewerkt, waarna een nieuwe ronde wordt gespeeld.



de symbolenkaarten


Voorbeeld: "U besluit uit de gevangenis te ontsnappen. Wie zou de beste organisator zijn om uw vlucht te laten slagen?" Bij het beantwoorden van de vraag kun je dus 1 of 2 kleuren in de doos stoppen. Als je absoluut zeker weet, wie de beste organisator zou zijn, dan doe je 2 kaartjes van 1 kleur er in. Zijn er 2 medespelers, die geschikt zijn, dan doe je van beide 1 kaartje in de box. Als iedereen de vraag heeft beantwoord, dan moet je bepalen hoe vaak je er in voor zult komen. Ben ik zo'n goede organisator? Zullen anderen dat ook denken? Ach, ik zal vast wel een keertje genoemd worden, dus ik gok voor de middenmoot. Dan wordt er geteld. 8 stemmen? Zoveel had ik er niet verwacht. Jee, ze hebben wel een hoge dunk van mijn organisatietalent. Helaas geen punten.



enkele kleurenkaartjes


Op een vlot: Een van de favoriete vragen is wie er het eerst zou worden opgegeten als je op een vlot zou ronddrijven en geen eten meer hebt. Dan ontstaat er de discussie: eet je de dikste op, omdat daar het meeste vlees aan zit; eet je de grootste eter op, om te voorkomen dat er teveel wordt gegeten; eet je de oudste op, omdat die al het langste heeft geleefd of laat je bijvoorbeeld de sportiefste leven, omdat die het het langst kan volhouden? Een macabere discussie, maar het maakt het wel lastig om te gokken hoe vaak op je gestemd zal worden.
 
Het spel is ten einde na een vooraf vastgesteld aantal ronden. Winnaar is degene die aan het einde van die ronde het verst is gevorderd op het spelbord.