Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Egizia

Spelinformatie

Titel
Egizia
Auteur Acchitocca (Virginio Gigli, Flaminia Brasini, Stefano Luperto en Antonio Tinto)
Illustrator Franz Vohwinkel
Uitgever Hans im Glück 
Aantal spelers 2 tot 4
Leeftijd vanaf 8 jaar
Speelduur 90 minuten
Taal Duits
Materiaal 1 Spelbord, 4 spelertableaus, 32 schepen, 96 stenen, 16 bouwteamfiches, 4 steenstartkaarten, 4 graanstartkaarten, 56 Nijlkaarten, 29 sfinxkaarten, 20 gravenfiches, 4 genummerde spelervolgordefiches, 1 waterring, 4 scarabeefiches.


Geschreven door Enrico, 2009
 

Introductie 

We bevinden ons in het jaar 2707 voor het begin van onze jaartelling. Invloedrijke handelaars en bouwmeesters reizen met hun schepen over de Nijl. Jij bent één van hen en probeert arbeiders te werven en stenen te krijgen om een bijdrage te kunnen leveren aan de machtige bouwwerken die aan de oevers verrijzen. De concurrentie is echter groot en daarom zul je de juiste bouwplaatsen uit moeten kiezen. Wie hierin het beste slaagt, krijgt de meeste punten en wint Egizia.
 
Een spelsituatie

Spelverloop

Het spelbord wordt centraal op tafel gelegd. Iedere speler krijgt een willekeurig spelervolgordefiche, een graan- en een steenstartkaart en kiest een speelkleur. Hiervan neem je de schepen en stenen en legt die voor je. Eén van de stenen plaats je op het eerste vakje van het scorespoor, waarbij de speler met het laagste nummer op het spelervolgordefiche achteraan komt te staan en die met het hoogste nummer vooraan. Verder leg je ook een steen op het bovenste vakje van het stenenverkoopspoor en op het graanmarktspoor. Je krijgt een spelertableau en daarop plaats je je bouwteams. De joker komt op 2, de overige bouwteams op 1. Tenslotte krijg je ook nog een aantal stenen, waarbij het aantal afhangt van je startpositie. De sfinxkaarten worden geschud en gedekt op het spelbord gelegd. Iedere speler krijgt er één. De Nijlkaarten worden op basis van de getallen op de rugzijde in 2 stapels gesplist en afzonderlijk geschud. De stapels worden naast het spelbord gelegd. De gravenfiches worden geschud en gedekt op het spelbord gelegd. De eerste 4 worden vervolgens opengedraaid. De waterring wordt op het middelste vakje op het spelbord geplaatst. De speler met het spelervolgordefiche 1 begint het spel.
 
 Het spelbord
 
Er wordt gespeeld in ronden, waarbij iedere ronde uit 7 fasen bestaat. Ieder keer als je punten haalt, ga je vooruit op het scorespoor. Verlies je punten dan ga je achteruit, waarbij je ook negatief kunt komen te staan. Kom je op een score waar al een andere speler staat, dan kom je in hetzelfde scoreveld achter deze speler te staan.
 
1. Nijlkaarten uitleggen
De bovenste 10 kaarten van de stapel Nijlkaarten met het overeenkomstige nummer van de speelronde waaraan je begint, worden open op de daarvoor bestemde vakjes op het spelbord gelegd, te beginnen met het bovenste veld.
 
2. Over de Nijl varen

Te beginnen met de speler met het laagste spelervolgordefiche plaats je om beurten één van je schepen op een vrij veld langs de Nijl. Ieder volgend schip dat je plaatst, moet verder stroomafwaarts liggen dan je vorige schepen. Er zijn 3 soorten velden waar je kunt komen:

  • Een veld met een Nijlkaart
Je pakt de Nijlkaart en zet je schip op het veld. Is de Nijlkaart een graan- of steengroevekaart, dan leg je deze open voor je neer. De andere kaarten zijn actiekaarten. Sommige van deze kaarten worden meteen uitgevoerd, andere kaarten mogen later uitgevoerd worden. Er zijn ook kaarten die de rest van het spel van toepassing zijn. Actiekaarten die uitgevoerd zijn, leg je af. De andere kaarten leg je open voor je neer.

 Enkele Nijlkaarten 
  • Een rond veld
De actie die bij dit veld hoort, wordt meteen uitgevoerd. In de meeste gevallen kun je hiermee één of meerdere bouwteams versterken. Daarnaast kun je je ontwikkelen op het graanmarkt- en steenverkoopspoor en bestaat de mogelijkheid om de irrigatie van de velden te beïnvloeden.
  • Een bouwveld

Bij elke bouwwerkplaats (sfinx, obelisk/graven en tempel/piramide) zijn 3 bouwvelden. Je mag bij iedere bouwwerkplaats maar één schip plaatsen en dit schip plaats je op het vrije veld dat het dichtst bij de oever van de Nijl ligt. Is er geen vrij veld meer, dan mag je je schip hier toch neerzetten. De bijbehorende actie kun je echter alleen uitvoeren als één van de andere speler geen actie uitvoert. De actie die bij deze velden hoort, wordt pas in fase 5 uitgevoerd.

Als je geen schepen meer wil of kunt plaatsen, dan pas je en mag je deze ronde geen schepen meer plaatsen. Heeft iedereen gepast, dan worden alle schepen weer van het spelbord gehaald, met uitzondering van de schepen die op een bouwveld staan. De schepen gaan weer terug naar hun eigenaar.

 

3. Bouwteams voeden

Te beginnen met de speler die vooraan het scorespoor staat, controleer je of je velden voldoende opleveren om je bouwteams te voeden. Je vergelijkt de waarde van je bouwteams met de hoeveelheid graan die je graankaarten oogsten. Daarbij is het van belang waar de waterring op het spelbord ligt. Ligt deze op het groene veld, dan oogsten alleen de groene graankaarten. Ligt de waterring op het gele veld, dan oogsten daarnaast ook de gele graankaarten. En ligt de waterring op het bruine veld, dan oogsten alle graankaarten. Is je totale oogst minimaal gelijk aan de totale waarde van je bouwteams, dan krijgen ze voldoende voedsel en is er niets aan de hand. Is er echter een tekort, dan kost je dit punten. Het aantal punten is hierbij afhankelijk van je positie op het graanmarktspoor. Je kunt hierdoor ook op een negatief aantal punten terechtkomen.
 
Spelertableau
 
4. Stenen produceren

Je krijgt evenveel stenen als aangegeven is op de kaarten met steengroeven die je voor je hebt liggen en verplaatst je markeersteen dienovereenkomstig op je spelertableau. Kom je hierbij boven de 25 stenen uit, dan vervalt het meerdere.

 

5. Bouwen

Om te kunnen bouwen heb je één bouwteam en minimaal één steen nodig. Eventueel kun je je jokerteam als extra bouwteam inzetten (maar nooit alleen het jokerteam). De kracht van de ingezette bouwteams is gelijk aan de waarde van het vakje waarop het team staat. Deze kracht geeft aan hoeveel stenen je bij de bouwactie kunt gebruiken (als je er tenminste zoveel hebt). Per ronde kun je een bouwteam slechts één keer inzetten. Je zet je markeersteen evenveel plaatsen terug als je stenen gebruikt. Het bouwen verloopt als volgt, waarbij in alle gevallen de speler die het dichtst bij de Nijl staat het eerste mag bouwen:

  •  Sfinx
Je mag hier maximaal 5 stenen gebruiken. Voor iedere ingezette steen pak je één kaart van de stapel. Je mag vervolgens maximaal één kaart houden (deze leg je gedekt voor je neer), de andere kaarten leg je onderop de stapel. Voor iedere kaart die je teruggelegd hebt, krijg je vervolgens direct een punt.

Sfinxkaarten
  • Obelisk of graven

Je mag hier een bijdrage leveren aan één of beide bouwwerken. De obelisk wordt van onder af opgebouwd. De waarde op de delen geeft aan hoeveel stenen je nodig hebt om dit deel te kunnen bouwen. Is je bouwteam sterk genoeg, dan mag je ook meerdere delen tegelijk bouwen. Kies je voor een bijdrage aan de graven, dan moet je het eerste openliggende graf nemen. Het aantal stenen dat je daarvoor nodig hebt, staat op het fiche aangegeven. Na het bouwen draai je meteen een nieuw fiche open, zodat er steeds 4 gravenfiches open liggen. Net als bij de obelisk geldt dat je aan meerdere graven tegelijk mag werken. Voor je bijdrage aan de obelisk of graven, krijg je evenveel punten als je stenen hebt gebruikt. Bovendien mag je als bonus ook je markeersteen op het stenenverkoop- en graanmarktspoor een veld naar beneden schuiven.

  • Tempel of piramide

Ook hier mag je aan beide werken. Als bouwvoorschrift geldt dat er van onder naar boven wordt gebouwd. Bij de tempel worden eerst de buitenste pijlers gebouwd, daarna de zuilen en tenslotte de bovenste stenen. Bij de piramide moet je ook nog van links naar rechts bouwen. Liggen er eenmaal 2 of meer stenen naast elkaar in de piramide, dan is dit voldoende fundament voor het begin van de volgende laag. Plaats je de laatste steen in een laag, dan wordt er een bonus uitgedeeld aan degene die de grootste bijdrage aan deze bouwlaag heeft geleverd. Hij krijgt evenveel punten als hij stenen heeft in deze laag. Hebben meerdere spelers evenveel stenen in een laag, dan krijgt de speler die de meest linkse steen in de laag heeft de bonus. Voor je bijdrage aan de tempel of piramide, krijg je evenveel punten als je stenen hebt gebruikt.

 

6. Bonuspunten voor je bijdrage aan de bouwwerken

Heb je op minimaal één van de bouwplaatsen kunnen bouwen, dan levert je dit ook nog bonuspunten op.

 

7. Spelersvolgorde bepalen

Tot slot wordt de spelersvolgorde voor de volgende speelronde bepaald. De speler die het minste punten heeft, wordt de nieuwe startspeler en krijgt het spelervolgordefiche met de 1. De 2 gaat naar de op één na laatste speler, enzovoorts. Daarna begint de volgende ronde.

Bouwteams
 

Het spel eindigt na 5 speelronden. Dan volgt de eindwaardering. De speler met spelervolgordefiche 4 begint hiermee, daarna speler 3 enzovoorts. Je krijgt bonuspunten voor het volgende:

  1. Als je markeringssteen op één van de onderste 2 velden van het stenenverkoopspoor staat, mag je je resterende stenen verkopen. Je krijgt hiervoor één punt per 2 verkochte stenen;
  2. Je telt de waardes van de gravenfiches die je gedurende het spel verkregen hebt bij elkaar op. Is het totaal 10 of minder, dan krijg je 2 punten, bij een totaal van 11-20 krijg je 5 punten en als de waarde meer dan 20 is, dan levert dit 9 bonuspunten op.
  3. Je kijkt of de voldaan hebt aan de voorwaarden van je sfinxkaarten. De bonuspunten die je per kaart krijgt, staan rechts bovenaan de kaart.

Wie nu de meeste punten heeft, wint het spel. Bij een gelijke stand wint degene die vooraan het scoreveld staat. Dit is dus de speler die het eerste op dit scoreveld terecht kwam.