Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Evo

Spelinformatie

Titel Evo
Auteur Philippe Keyaerts
Illustrator Cyril Saint Blancat
Uitgever Eurogames
Aantal spelers 3 tot 5
Leeftijd vanaf 12 jaar
Speelduur 60-120 minuten
Taal Duits
Materiaal 2 dubbelzijdig bedrukte spelborden, 50 houten stenen, 1 klimaatbord, 1 scorebord, 2 markeerstenen, 5 grote houten pionnen, 5 kleine houten pionnen, 62 gen-kaartjes, 5 dino-borden, 26 gebeurteniskaarten, 1 dobbelsteen en 1 linnen opbergzakje.


Geschreven door Ronald en Jeroen in 2001, update door Sandra in september 2014
 

Introductie 

Miljoenen jaren geleden heersten de grote dinosaurussen op aarde (verder kortweg dino's genoemd). Elke speler probeert zijn dinogeslacht tot het meest vruchtbare te ontwikkelen middels Darwins evolutie. Elke ronde verandert het klimaat, bewegen de dino's, krijgen nageslacht en sterven er dino's. Voor elke overlevende dino krijgt men punten. Helaas weten we uit de geschiedenis dat een meteoriet er voor gezorgd heeft dat alle dino's uitstierven, het spel telt af tot de inslag. Tot dat moment krijgen alle dinogeslachten nieuwe genen erbij, en ontwikkelen zich daardoor verschillend. Wie bij de meteorietinslag de meeste ontwikkelingspunten heeft wint het spel.

Spelverloop

Het spelbord wordt samengesteld uit de twee delen, afhankelijk van het aantal spelers. Elke speler krijgt 10 dino-stenen, 1 dino-bord, 2 pionnen en 3 gebeurteniskaarten. De rest van de gebeurteniskaarten wordt geschud en op een gesloten stapel gelegd. Elke speler begint met 1 dino op het bord en een markeersteen wordt op een warm klimaat gezet. De andere markeersteen geeft de positie van de meteoriet aan. Elke speler krijgt 10 ontwikkelingspunten op het scorebord. (In de Duitse spelregels staat abusievelijk 6 vermeld.)

Een spelbeurt: 
Elke beurt bestaat uit 6 fases. Elke fase wordt door alle spelers afgemaakt, voordat de volgende fase wordt gespeeld.

1. bepalen van de speelvolgorde
Elke ronde is de volgorde waarin de spelers bij de afzonderlijke handelingen aan de beurt zijn anders. De spelers wiens dino's de langste staarten hebben mag als eerste. Bij dino's met evenlange staarten is het meeste aantal levende dino's op het speelbord de beslissende factor. Als dat ook gelijk is telt de hoogste dobbelsteenworp. De speelvolgorde wordt op het speloverzicht aangegeven door de biedpionnen op de overeenkomstige vakken te plaatsen.


2. veranderen van het klimaat
De startspeler zoals gebleken uit fase 1 rolt de dobbelsteen om de klimaatverandering te bepalen. Aan het begin van het spel staat de klimaatsteen op het gele vak. Afhankelijk van de worp wordt de steen linksom of rechtsom op het bordje verplaatst, of bij een 2 blijft deze staan. Het vak waarop de steen uitkomt bepaald de gebieden op de kaart die van het gematigd klimaat zijn er waarin de dino's het beste kunnen overleven. kleurgebieden links van het gematigd klimaat zijn warmer, rechts ervan zijn ze kouder.


3. verplaatsen en aanvallen
Fases 3-6 worden uitgevoerd door alle spelers, en wel op de volgorde zoals in fase 1 bepaald. Een speler mag met zijn dino's op het bord net zoveel grensoverschrijdingen maken als zijn dinosoort poten heeft. In het begin heeft elke spelers dinogeslacht 1 poot, en mag 1 dino 1 vakje verplaatst worden. Staat in het vakje waar de dino naartoe wil al een dino van een andere speler, dan wordt er gevochten. Een dobbelsteenworp bepaalt de uitkomst van het gevecht, maar de benodigde worp is afhankelijk van het verschil in aantal hoorn-genen tussen de dino's van de beide spelers. Simpel gezged: hoe meer horens, hoe groter de kans dat je wint. De verliezende dino wordt van het bord genomen.
 

4. nageslacht
Voor elk ei-gen dat zijn dinosoort heeft mag de speler 1 nieuwe dino op het bord leggen. Dit moet wel in een vak zijn aangrenzend aan een van zin eigen dino's op het bord.


5. overleven en punten
Van elke speler wordt voor elke dino op het bord bepaald of deze overleeft. Elke dino die in de kleur van het op dat moment geldende gematigde klimaat staat overleeft zonder problemen (zie ook fase 2 waarin dat wordt bepaald). De gebieden links van het gematigd klimaat zijn warmer. Stel dat het huidige gematigde klimaat bruin is: In de groene gebieden is het dan aan de warme kant, maar daar kunnen nog zoveel dino's overleven als dat geslacht parasolletjes heeft. De gele gebieden zouden echter veel te heet zijn, hier kan geen enkele dino overleven. Omgekeerd zijn de gebieden in de kleur rechts van het gematigd klimaat kouder: in dit voorbeeld zou grijs dus aan de koude kant zijn. Het aantal vachtjes dat een dinogeslacht heeft bepaalt hoeveel dino's in deze gebieden kunnen overleven. Alle niet overlevende dino's worden van het bord verwijderd, de speler mag binnen de gebieden van dezelfde kleur zelf kiezen welke. Voor elke overlevende dino krijgt de speler 1 punt die op de scorerand wordt bijgeteld.


6. meteoriet en bieden op genen
In deze fase wordt eerst de meteoriet 1 vakje richting inslag verschoven. Als op het betreffende vakje een dobbelsteen staat afgedrukt moet de startspeler dobbelen. Is het 1 van de getoonde worpen, dan slaat de meteoriet al in, en is het spel meteen ten einde. Als het nog niet beëindigd is, komen er nieuwe genen in het spel: Zoveel genen als er spelers zijn worden op het bied-bord gelegd. Weer op volgorde zoals in fase 1 bepaald mogen de spelers bieden op de genen, minimaal 0 en maximaal 6. Als op een bepaald gen al geboden is, mag een andere speler hier overheen bieden. In dat geval moet de speler met het lagere bod meteen zijn bod aanpassen: of hoger, of op een ander gen. Als de genen verdeeld zijn, gaan de scorepionnen zoveel achteruit als er geboden was. 

Als de meteoriet inslaat, is het spel meteen ten einde. De speler die nu de meeste ontwikkelingspunten heeft, wint het spel.
>