Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Stenen Tijdperk

Spelinformatie

Titel
Stenen Tijdperk
Auteur Michael Tummelhofer
Illustrator Michael Menzel
Uitgever 999 Games
Aantal spelers 2 tot 4
Leeftijd vanaf 10 jaar
Speelduur 60-90 minuten
Taal Nederlands
Materiaal 1 speelbord, 4 tableaus voor de spelers, 68 eenheden grondstoffen, 40 stamleden, 8 markeerstenen in 4 kleuren, 53 voedselfiches, 28 tegels met hutten, 18 gereedschapfiches, 1 startspelerfiguur, 36 beschavingskaarten, 7 dobbelstenen, 1 dobbelbeker


Geschreven door Enrico, 2009
 

Introductie 

We verplaatsen ons naar het stenen tijdperk. Je leeft van de jacht en als het tegen zit, zul je het moeten doen met wat er verder in de natuur te vinden is. Landbouw wordt er nog slechts op beperkte schaal bedreven. De benodigde materialen om hutten te bouwen moeten met veel moeite en mankracht verzameld worden in het bos en langs de rivier. Gereedschappen zijn nog primitief, maar maken het werk al een stuk lichter. Gedurende het spel probeer je ervoor te zorgen dat je stam zich ontwikkelt. Wie hierin het beste slaagt, verzamelt de meeste punten en wint het spel.
 
een spelsituatie

Spelverloop

Leg het speelbord centraal op tafel en plaats de voedselfiches, grondstoffen en gereedschapfiches op de daarvoor bestemde plaatsen op het spelbord. De beschavingskaarten worden geschud en gedekt naast het spelbord gelegd. De bovenste 4 kaarten worden open op de betreffende plaatsen op het spelbord gelegd. Ook de tegels met hutten worden geschud en in 4 gedekte stapels van 7 tegels verdeeld. Er worden vervolgens even veel stapels op het spelbord gelegd als er spelers meedoen, de resterende tegels doen niet mee. Tenslotte krijgt iedere speler een tableau. Hierop leg je 5 stamleden van een kleur en pak je 12 voedsel uit de voorraad. De resterende stamleden en de dobbelstenen leg je naast het spelbord. De markeerstenen plaats je op het vakje 0 van het scorespoor en het voedselspoor. De jongste speler is de startspeler en krijgt de startspelerfiguur.
 
 
het spelbord
 
Het spel wordt in ronden gespeeld. In iedere ronde worden achtereenvolgens de volgende fasen uitgevoerd:
 
1. Stamleden op het spelbord zetten
Te beginnen bij de startspeler, plaats je één of meer stamleden op één locatie naar keuze op het spelbord. Daarna is de volgende speler aan de beurt, enzovoorts. Als iedere speler aan de beurt is geweest, mag de startspeler voor de 2e keer stamleden plaatsen. Dit gaat net zolang door tot niemand nog stamleden over heeft, of er geen mogelijkheid meer is om de resterende stamleden te plaatsen. Dit kan voorkomen omdat je de stamleden niet op iedere willekeurige plaats mag neerzetten:
  • Het aantal cirkels bij iedere locatie geeft aan hoeveel stamleden er maximaal mogen staan. Alleen bij de jacht (de grote cirkel) is het aantal stamleden ombeperkt;
  • Op een locatie waar al stamleden van jezelf staan, mag je geen stamleden bijplaatsen;
  • Bij de hut moet je 2 stamleden plaatsen;
  • Op beschavingskaarten en hutten mag slechts één stamlid geplaatst worden;
  • Je mag je stamleden op een locatie later niet meer aanvullen.
 
een spelerstableau
 
2. Acties uitvoeren
Te beginnen met de startspeler, voert iedereen de acties van al je stamleden uit. De volgorde waarop je dat doet, mag je zelf bepalen. De volgende acties kunnen uitgevoerd worden:
  • Gereedschapmaker
    Je krijgt één gereedschap. Het fiche leg je op je tableau. Zijn alle 3 de vakjes hiervan reeds bezet, dan verhoog je het fiche waarop de laagste waarde staat met één (omdraaien of omwisselen met de voorraad op het spelbord). De fiches kun je tijdens andere acties gebruiken om de totale waarde van een dobbelsteenworp te verhogen met de waarde van de fiches die je daarvoor inzet. Tijdens een ronde mag je ieder fiche slechts één keer gebruiken. Om aan te geven dat je het gebruikt hebt, draai je het een kwartslag.
 
 
gereedschappen
 
  • Bevolkingsaanwas
    De neemt een stamlid uit de algemene voorraad en plaatst deze op je tableau. Vanaf de volgende ronde heb je dus één stamlid meer die je in kunt zetten.
  • Akker
    Je zet je markeersteen op het voedselspoor één veld vooruit. Je vaste voedselproductie (in fase 3) is met één verhoogd.
  • Jacht
    Voor elk van je stamleden die je op de jachtvlakte hebt geplaatst, neem je één dobbelsteen en gooit deze tegelijkertijd. Het totaal aantal ogen van de worp mag je eventueel nog aanvullen met gereedschappen. Vervolgens deel je de som door 2 (afronden naar beneden) en pak je het overeenkomstig aantal voedsel en legt dit op je tableau.
voedsel
 
  • Bos, leemgroeve, steengroeve en rivier
    Ook bij deze velden neem je één dobbelsteen per aanwezig stamlid en mag je het totaal aantal ogen van de worp met gereedschappen aanvullen. Het aantal grondstoffen dat je krijgt is afhankelijk van de locatie waar je staat: in het bos deel je het aantal door 3 (je krijgt hout), in de leemgroeve door 4 (leem), in de steengroeve door 5 (steen) en bij de rivier deel je de som door 6 (goud). In alle gevallen wordt naar beneden afgerond. De grondstoffen leg je op je tableau. Je hebt ze bij andere acties nodig om hutten of beschavingskaarten te kopen.
  • Beschavingskaarten
    Je betaalt het aantal grondstoffen dat boven de kaart aangegeven is en pakt de kaart. Welke grondstoffen dit zijn, mag je zelf weten. Daarna voer je de actie op de kaart uit, waarbij je extra voedsel, grondstoffen, gereedschappen of punten kunt krijgen. Onderaan de kaart is aangegeven welke bonus je aan het einde van het spel krijgt. De kaart mag je gedekt op je tableau leggen.
  • Hutten
    Tegen afgifte van de op de hut afgebeelde goederen, krijg je de hut en plaats je deze open op je tableau. Zijn alle plaatsen op je tableau bezet, dan mag je stapelen. Op het scorespoor ga je vervolgens evenveel velden vooruit als op de hut vermeld staat. Er zijn hutten waarbij het aantal punten niet bij voorbaat vaststaat en varieert naar gelang het aantal en de soort goederen die afgegeven zijn.
hutten
 
3. Stamleden voeden
Tenslotte krijgen je stamleden te eten. Ieder stamlid gebruikt één voedsel, maar van het totaal mag je de waarde van het voedselspoor aftrekken. Dit aantal pak je van je tableau en leg je terug in de voorraad. Heb je niet genoeg voedsel, dan leg je het aantal dat je wel hebt af en mag je voor iedere eenheid die je tekort komt één grondstof inleveren.  Kom je dan nog tekort, dan verlies je direct 10 punten. Je kunt hierdoor de min ingaan.
Als afsluiting van de ronde wordt de startspelerfiguur naar links doorgegeven. Alle niet gekochte beschavingskaarten schuif je naar rechts. De lege velden worden opgevuld met nieuwe kaarten. Het gebruikte gereedschap draai je weer terug.
 
 
beschavingskaarten

Het spel is afgelopen als de beschavingskaarten aan het begin van een ronde niet meer aangevuld kunnen worden óf minimaal één stapel met hutten uitgeput is. In het laatste geval wordt de ronde nog uitgespeeld. Daarna worden de bonuspunten geteld:
 
  1. punten voor beschavingskaarten met een groene achtergrond:
    Het aantal bonuspunten is het kwadraat van het aantal kaarten met een verschillende afbeelding. Heb je er van één of meer soorten twee, dan worden deze apart en op dezelfde manier geteld.
  2. punten voor beschavingskaarten met een zandkleurige achtergrond:
    Deze kaarten zijn er in 4 soorten. Van iedere soort wordt het aantal figuren links op de kaart vermenigvuldigd met de aantallen die je tijdens het spel behaald hebt van de soort die rechts op de kaart staat (stamleden, gereedschapfiches, stand op het voedselspoor of aantal hutten).
  3. grondstoffen:
    Voor iedere grondstof die je over hebt, krijg je nog 1 bonuspunt.
 
De bonuspunten worden opgeteld bij de punten die je gedurende het spel op het scorespoor hebt verzameld. Degene met de hoogste score wint het spel. Bij een gelijke stand bepaal je wie in totaal de meeste gereedschapsfiches, de stand op het voedselspoor en het aantal stamleden heeft.