Hoofdmenu‎ > ‎Spellen‎ > ‎Spelbeschrijvingen‎ > ‎

Stratego

 

Spelinformatie

Titel
Stratego
Uitgever Jumbo
Aantal spelers 2
Leeftijd 8+
Speelduur 30 minuten
Taal Nederlands
Materiaal Een spelbord en per speler 40 speelstukken

Geschreven door Ronald, 2005 (update Enrico, juli 2011)
 

Introductie 

Stel zo goed mogelijk je leger op en verover de vlag van je tegenstander. Alleen zo kun je deze veldslag winnen.
 
 
 
een spelsituatie

Spelverloop

Voordat het spel begint, zet je in het geheim je startopstelling neer. Alle stukken staan bij elkaar aan jouw kant van het bord. Er zijn geen beperkingen hoe de stukken neergezet mogen worden. Wanneer de stukken neergezet zijn, mogen ze alleen nog tijdens het spel volgens de regels verplaatst worden.
 
Om beurten mogen de spelers een van hun stukken verzetten en daarbij eventueel een stuk van de tegenstander aanvallen. Het stuk dat verliest bij deze aanval, wordt van het bord verwijderd. Als beide stukken even sterk zijn, dan worden beide stukken van het bord verwijderd.
 
De volgende stukken doen mee in het spel:
 
 
De maarschalk. Dit is je hoogste stuk. Je kunt het maar op 3 manieren kwijtraken:
  • In een onderling duel met de maarschalk van de tegenstander, die daarbij ook zijn maarschalk verliest.
  • Als je aangevallen wordt door een spion. Let op, als je met je maarschalk de spion aanvalt, win je wel het gevecht.
  • Door op een bom te lopen
 
  
De generaal, 2 kolonels, 3 majoors. Het hoogste kader uit je leger. Hiermee kun je de vitale doorgangen naar jouw vlag verdedigen. Een vijandelijke aanval zal vaak gericht zijn op het uitschakelen van een of meer van deze leiders.
 
 
  
4 kapiteins, 4 luitenanten, 4 sergeants. Het middenkader. Hiermee zullen vaak de eerste schermutselingen plaatsvinden. Wees zuinig op je kapiteins aangezien zij het hoogste middenkader zijn en toch in grote mate vertegenwoordigd zijn.
 
 
8 verkenners. Samen met de sergeanten het eerste kanonnenvoer. Maar let op! Vooral in het eindspel als het bord wat leger wordt, zijn deze verkenners erg nuttig. Ze hebben namelijk de eigenschap dat ze in 1 stap zoveel hokjes in een rechte lijn mogen passeren als ze willen, mits daarbij geen ander stuk wordt oversprongen. Met deze sprong kan meteen een ander stuk worden aangevallen, niet zozeer in de hoop deze aanval te winnen, alswel om te achterhalen wat voor stuk het is (of in de jacht op de vlag). [In de oorspronkelijke regels mocht deze sprong niet gebruikt worden om direct aan te vallen.]
 

 
5 mineurs en 6 bommen. De mineurs zijn de enige stukken die een bom onschadelijk kunnen maken. De bommen kunnen niet verplaatst worden, maar elk stuk (behalve de mineur) dat ze aanvalt, verliest direct, terwijl de bom actief blijft. Als een mineur een bom aanvalt, dan wordt de bom verwijderd. De mineurs zijn dus erg belangrijk, want als een vlag volledig door bommen is omringd, is de mineur de enige die een doorgang kan verschaffen.
 

1 spion. Met dit stuk kan de vijandelijke maarschalk worden verschalkt. Daarbij moet de aanval wel vanuit de spion worden gedaan, want de spion verliest namelijk van elk stuk dat hem aanvalt. Heel erg kwetsbaar, maar tegelijk ook zeer belangrijk.
 
 
1 vlag. Hier draait het allemaal om. Zodra je de vijandelijke vlag hebt veroverd, heb je het spel gewonnen.
 
Zodra een van de partijen de vijandelijke vlag heeft veroverd, heeft hij het spel gewonnen. Je hebt echter ook gewonnen als je tegenstander geen enkele zet meer kan doen. Het uitschakelen van alle bewegende vijandelijke eenheden is dus ook voldoende. Vaak worden stukken van de tegenstander in een val gelokt. Ze kunnen hun lot dan nog enkele beurten ontlopen, maar omdat zetherhaling van meer dan 5 zetten niet is toegestaan, zal uiteindelijk een andere zet moeten worden gespeeld, die tot het verlies van het stuk zal leiden.
Comments